FISCALE VERRUIMING BIJ BEDRIJFSVERPLAATSING
Zeer recente fiscale ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt dat de verkoop van uw Nederlandse (agrarische) onderneming, gevolgd door de aankoop van een Duitse (agrarische) onderneming zonder directe belastingheffing plaats kan vinden. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk om de in het verleden afgedragen inkomstenbelasting alsnog terug te vragen bij de fiscus. In het onderstaande gaan wij nader op de verruimde mogelijkheden in.1. Rechtspraak Hoge Raad
Uit twee arresten van de Hoge Raad van 19 maart 2010 kan worden afgeleid dat voor het verplaatsen van een onderneming (ook naar het buitenland) zonder dat daarbij sprake is van een staking in fiscale zin, ruimere regels hebben te gelden dan tot op heden door de belastingdienst zijn gehanteerd.
Maatgevend is volgens de Hoge Raad of de identiteit van de onderneming hetzelfde blijft. Hier wordt in veel gevallen aan voldaan indien ondernemers hun voormalige Nederlandse (agrarische) onderneming in Duitsland voortzetten.
De arresten van de Hoge Raad werpen een ander licht op de afwikkeling van de verkoop van een onderneming in Nederland. Waar in het verleden veelal werd afgerekend met de belastingdienst kan nu het standpunt worden ingenomen dat de onderneming verplaatst is. Voor de bij de verkoop van de Nederlandse onderneming behaalde belaste boekwinsten wordt dan een herinvesteringsreserve gevormd die op de bedrijfsmiddelen binnen de naar Duitsland verplaatste onderneming kunnen worden afgeboekt. Directe belastingheffing blijft hiermee achterwege.
2. Advies van de Europese Commissie aan Nederland
Wanneer belastingplichtigen na verkoop van hun (agrarische) onderneming emigreren naar Duitsland dan zou deze emigratie er – ondanks het bovenstaande – alsnog toe leiden dat afgerekend moet worden over de verkoopopbrengst van de voormalige (agrarische) onderneming. Op 18 maart 2010 heeft de Europese Commissie echter in een advies het standpunt ingenomen dat ondernemingen in Nederland ten onrechte aan een onmiddellijke exitheffing worden onderworpen als zij naar een andere lidstaat verplaatsen. Uit de rechtspraak van het Europese Hof volgt namelijk dat de lidstaten de belastingheffing moeten uitstellen tot op het tijdstip waarop de meerwaarden daadwerkelijk worden gerealiseerd (lees: tot het moment dat de naar Duitsland verplaatste onderneming wordt verkocht).
De Europese Commissie heeft aangegeven dat de Nederlandse exitheffing in strijd is met het vrije verkeer binnen de Europese Unie en heeft op grond hiervan aangegeven dat Nederland zijn wetgeving op dit punt moet aanpassen.
3. Toepassing in de praktijk
Hoewel wij al lange tijd van mening waren dat een (gedeeltelijke) bedrijfsverplaatsing naar Duitsland zonder directe afdracht van belasting mogelijk zou moeten zijn, wordt onze mening thans bevestigd door de Hoge Raad en de Europese Commissie.
De recente ontwikkelingen bieden mogelijkheden voor belastingplichtigen die hun Nederlandse (agrarische) onderneming verkopen en de onderneming in Duitsland voortzetten (lees: een Duitse boerderij kopen). De kans is zeer groot dat deze belastingplichtigen zonder directe belastingheffing tot herinvestering over kunnen gaan.
De mogelijkheden zijn echter ook van toepassing op belastingplichtigen die de laatste jaren hun Nederlandse (agrarische) onderneming hebben verplaatst naar het buitenland. Het gaat dan om gevallen waarin de aanslag inkomstenbelasting over het jaar waarin de verkoop van de Nederlandse onderneming is verkocht, nog niet definitief is opgelegd.
Heeft u in het verleden inkomstenbelasting afgedragen over de belaste stille reserves die voortkwamen uit de verkoop van uw Nederlandse (agrarische) onderneming, neem dan contact met ons op. In overleg met gespecialiseerde fiscalisten van Geerts & Van Spijk BV kan dan in uw specifieke situatie worden bezien of de afgedragen inkomstenbelasting alsnog kan worden teruggevraagd.




